Jacht

Drentsche Patrijshond

Kennel 'van Drienermarke'

 

Jachthonden zijn bij veel mensen populair. Ze werken graag samen met mensen, zijn meestal erg vriendelijk, actief en intelligent.

Jachthonden zijn gemaakt om te werken en daarom is het van belang actief met de hond bezig te zijn. Ze hebben veel beweging nodig. Drie keer per dag een blokje om is daarom absoluut te weinig

 

Staande honden verrichten hun werk, voor het schot, door het veld met grote slagen af te zoeken. Zodra ze wild ruiken, staan ze stil en wijzen ze het aan. Met dit ‘voorstaan’ geven ze de jager aan waar het wild zit. De Drentsche Patrijshond is, als de andere continentale staande honden, een allrounder. Behalve voorstaan, apporteert hij ook. Door zijn dichte vacht, is de Drent geschikt voor zowel waterwerk, als werk in dichte dekking.

 

Van nature bezitten jachthonden de eigenschappen die zij voor hun taak nodig hebben. Die eigenschappen moeten wel ontwikkeld en in goede banen geleid worden. Succesvol trainen betekent iedere dag bewust en consequent met de hond bezig zijn en veel oefenen.

Om te voorkomen, dat de Drent op eigen initiatief achter wild aangaat, moet de hond voldoende onder appel staan.

 

Training van jachthonden

De Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV) organiseert op diverse plaatsen cursussen "zelfopleiding jachthonden", waar jachthonden worden opgeleidt. De cursussen beginnen in maart/april. Een beginnergroep bestaat meestal uit honden van 6 tot 18 maanden. Sommige trainingsgroepen hebben ook cursussen voor jachthondenpups en (ver)gevorderden.

Er wordt meestal geoefend met dummies (canvas nepprooi).

 

Proeven en wedstrijden

De trainingen worden afgesloten met een examen (juli tot half oktober), bestaande uit kunstmatige opdrachten, waarbij de bruikbaarheid van de jachthond voor het werk ná het schot wordt getest. Bij deze jachthondenproeven gebruikt men dood (koud) wild. Ze worden georganiseerd door de KNJV en enkele rasverenigingen, volgens het Reglement Jachthondenproeven. De proeven zijn zeer populair. Jaarlijks doen bijna 4.000 baas-hondcombinaties mee, op ruim 60 verschillende locaties.

 

Standard Jachthonden Proef (SJP)-diploma’s

De SJP-diploma is identiek aan het voormalig KNJV-diploma.

Het eerste diploma dat een hond kan halen, is het C-diploma. Dit bestaat uit basis gehoorzaamheids (appèl) oefeningen en eenvoudig apporteerwerk.

Voor het B-diploma moet de hond niet alleen voldoendes halen voor de C-onderdelen, maar ook drie verschillende apporten met een hogere moeilijkheidsgraad binnen brengen.

Het A-diploma wordt uitgereikt aan combinaties die alle voorgaande oefeningen voldoende afgerond hebben, en daarnaast door middel van dirigeren (de hond wordt hierbij op afstand gestuurd) en via een sleepspoor (een kunstmatig getrokken spoor van 150 tot 300 meter lengte) het wild binnen brengen.

 

 

Jachttraining

 

De tien SJP-proeven zijn:

- A: Aangelijnd en los volgen.

- B: Uitsturen en terugkomen op bevel.

- C: Houden van de aangewezen plaats.

- D: Apport te land.

- E: Apport uit diep water.

Bij het behalen van minimaal een 6 voor alle basis proeven (A-E) ontvangt men een C-diploma.

- F: Verloren apport te land.

- G: Markeer apport te land.

- H: Apport over diep water.

Bij het behalen van minimaal een 6 voor alle basis proeven (A-E) en apporten met een hogere moeilijkheidsgraad (F-H) ontvangt men een B-diploma.

- I: Dirigeerapport te land.

- J: Apport over een sleepspoor en over diep water.

Indien een combinatie recht heeft op een B-diploma, met extra punten op de apport oefeningen, mag deze meedoen aan het dirigeren. Bij het aanvullend behalen van het dirigeren en de sleep ontvangt men een A-diploma.

 

MAP

Honden die meerdere B- (één van tenminste 68 punten) of A-diploma’s (één van tenminste 85 punten) hebben behaald, mogen meedoen aan de Meervoudige Apporteer Proeven (MAP).

Een MAP bestaat uit een aantal meer op de jachtpraktijk gerichte, niet gestandaardiseerde, meervoudige apporteerproeven. Bij deze wedstrijden worden de prestaties van de deelnemende combinaties bij het werk na het schot beoordeeld.

Een MAP bestaat uit zes meervoudige apporteerproeven op B-niveau en twee meervoudige, niet gestandaardiseerde apporteerproeven op A-niveau.

De keurmeester geeft de voorjager de opdracht om zijn hond twee stuks wild binnen de vastgestelde tijd (maximaal 5 minuten voor B-proef en 8 minuten voor A-proef) te laten apporteren.

 

Veldwedstrijd

Voor staande honden wordt ook gekeken naar het werk voor het schot, tijdens veldwedstrijden. Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 140 veldwedstrijden georganiseerd door de rasverenigingen, de verenigingen van liefhebbers van een bepaald ras.

 

Op de website van de ORWEJA vind u alle informatie over de Jachthondenproeven, veldwedstrijden en de Meervoudige apporteerproeven.

 

Nimrod

Het proevenseizoen wordt afgesloten met de NIMROD proef. De selectie voor deze wedstrijd vindt plaats op basis van de resultaten op de KNJV-proeven en de MAP’s in het afgelopen seizoen. Van ieder ras wordt de hoogstgeplaatste hond, die zowel een KNJV- en MAP A-diploma heeft behaald, uitgenodigd.

 

De Drentsche Patrijshond

Voor de Drentsche Patrijshond is een KNJV B-diploma haalbaar. Voor enkele uitmuntende combinaties behoort een KNJV-A of een MAP-B diploma tot de mogelijkheden.

Het komt slechts sporadisch voor dat een Drentsche Patrijshond wordt uitgenodigd voor de Nimrod proef.

 

 

Copyright © All Rights Reserved